Velofollies 2018

 
 
OPGELET: deze website wordt niet meer bijgewerkt en zal binnenkort verdwijnen. Voortaan kan u terecht op www.cycling.vlaanderen

Interview met wegcommissaris Guy Dobbelaere


"De jeugdkoersen zijn het mooist"

Om de top te bereiken heb je tijd nodig. Wat geldt voor een atleet, gaat ook op voor een commissaris. Guy Dobbelaere (45) zette zijn eerste stapjes als commissaris in 1995, in een nieuwelingenkoers in de buurt van Herzele. In 2016 is hij voorzitter van de jury in de wegrit op de Olympische Spelen in Rio.

Door Guy Vermeiren



Heb je vroeger zelf gekoerst?

“Nee. Absoluut niet. Ik ben altijd een voetballer geweest. Tot een blessure aan de kruisbanden me dwong de shoes aan de wilgen te hangen, tenminste. Korte tijd later stapte ik over naar het wielrennen. Ik kon behoorlijk uit de voeten met een computer en verzorgde de uitslagenservice in voornamelijk kleinere jeugdwedstrijden. Commissaris worden deed ik pas toen iemand me erop wees dat er aan die functie een verzekering verbonden was.”

Je begon op provinciaal niveau.

“In 1995 was dat. Van toen af ging het relatief snel. Vijf jaar later was ik al nationaal commissaris. Dat examen legde ik tegelijk af met de proef voor internationaal commissaris. Dus die benoemingen vielen ongeveer gelijktijdig in de bus. Dat maakt dat ik nooit een wedstrijd leidde als nationaal commissaris. Die stap sloeg ik gewoon over, zeg maar.”

Je werkt bij de politie. Gaat je hobby als commissaris met al je vrije tijd aan de haal?

"Met vijftig procent toch, schat ik. Ik werk als boekhouder in de politiezone Erpe-Mere – Lede. En ik mag me gelukkig prijzen met het feit dat mijn overste een echte wielerfreak is. Hij legt me geen strobreed in de weg bij het uitoefenen van mijn vrijetijdsbesteding. Als ik wat dagen onbetaald verlof wil nemen doet hij daar nooit moeilijk over. Gelukkig maar.”

Je was behoorlijk ambitieus in de uitbouw van je loopbaan als commissaris.

“Weet je, ik groeide op in de streek waar de Ronde van Vlaanderen wordt afgewerkt. Van kindsbeen af was het mijn droom ooit een rol van betekenis te kunnen vervullen in die wedstrijd. Als renner lukte dat niet, omdat ik vroeger alleen maar aan voetballen dacht. Toen ik de overstap maakte naar de wielersport bleef er dus maar één ding over om die ambitie hard te kunnen maken: commissaris worden.”

Wat zijn de leuke kanten van die job?

“Je reist veel. En je kennissenkring breidt na een aantal jaren gevoelig uit. Aan dit vak hou ik vrienden van de meest diverse nationaliteiten over. Komt daar nog bij dat het contact met de ploegen en de renners erg goed is. Ook mooi meegenomen.”

Waar knap je op af?

“De vele uren wachttijd in luchthavens, eerst en vooral. En het feit dat je soms straffen moet uitdelen aan mensen met wie je een goeie band hebt. Dat is nooit makkelijk. Een renner uit koers zetten als die een vergrijp begaat, of iemand die op administratief vlak niet in orde is de start ontzeggen: leuk is dat nooit. Maar dat weegt gelukkig niet op tegen alle positieve dingen die ik overhou aan mijn job als commissaris.”

Heb je nog sportieve dromen over?

“Tot een paar dagen geleden nog ééntje: naar de Olympische Spelen gaan. Maar sinds ik op het WK in Richmond te horen kreeg dat ik volgend jaar in Rio voorzitter van de jury ben is ook die wens ingevuld. Dus mag ik nu al terugkijken op een rijkgevulde erelijst. Alle grote ronden gedaan, tweemaal voorzitter geweest in de Tour: ik prijs mezelf gelukkig. Al wijs ik er tegelijk ook dat ik net zo graag een nieuwelingenwedstrijd in Borsbeke doe, hoor. Elke renner heeft twee benen, van aspirant tot prof. Ik hou gewoon van koers zien, dus maakt het mij in principe niet uit in welk peloton ik me beweeg. Net omdat ik al zoveel grote wedstrijden heb gedaan kan ik met een gerust hard zeggen: wie écht koers wil zien komt dikwijls het best aan zijn trekken in jeugdkoersen.”

Ook commissaris worden? Alle info.


 

© Cycling Vlaanderen